Wij zijn bereikbaar via: bonifatius.dorestad@gmail.com


English


Deutsch
 


dit boek is eind mei 2016
verschenen


Dit jaar is het 1300 jaar geleden dat de Engelse monnik Bonifatius in 716 zijn eerste reis naar het vasteland van Europa maakte en daarbij naar Dorestad (Wijk bij Duurstede) kwam. Hij zou grote invloed hebben op de ontwikkeling van Dorestad, Utrecht en zelfs van heel West-Europa. Alle reden dus om die reis te gedenken.

Daarom is op 2 juli 2015 in Wijk bij Duurstede het comité Bonifatius-Dorestad-1300-jaar opgericht. Het Bonifatius-Dorestadcomité nodigt iedereen uit mee te denken over en mee te werken aan de invulling van het Bonifatius-Dorestad-jubileumjaar 2016.
Velen weten dat Bonifatius in 754 bij Dokkum is vermoord. Weinigen weten wat voor belangrijke zaken hij tussen de jaren 716 en 754 in Nederland en Duitsland heeft gedaan. Daarbij blijkt bijvoorbeeld dat Bonifatius veel meer bij Dorestad-Utrecht hoort dan bij Dokkum.
Dorestad was in de tijd van Bonifatius de grootste handelsstad van Noordwest-Europa. Utrecht was nog maar klein en wordt in sommige bronnen beschouwd als een onderdeel van Dorestad. Het werk van Bonifatius heeft grote politieke én spirituele betekenis, niet alleen voor de 8e eeuw, maar óók voor onze 21e eeuw. Het comité werkt aan de oprichting van een monument, het uitgeven van het boek Bonifatius in Dorestad, het inrichten van een tentoonstelling en aan het houden van een herdenkingsbijeenkomst.

Leden van het comité zijn (in alfabetische volgorde): dominee Piet de Jong; VVV-gids Hans Liefhebber; Kees Slijkerman, catechesecontactpersoon van de katholieke parochie; pastor Nico Smit; gemeenteraadslid Gerrit Taute en Luit van der Tuuk, conservator van Museum Dorestad. Adviseurs zijn Wijnand Eissens, voorzitter VVV Wijk bij Duurstede, Ton Gelok, archivaris van de Grote Kerk, en sociaal geograaf Ad van Bemmel, lid van de Historische Kring Tussen Rijn en Lek.


Impressie van de herdenkingsdag op 28 mei 2016


1300 jaar Bonifatius-Dorestad

In 2016 is het precies dertien eeuwen geleden dat Bonifatius met een vrachtvaarder vanuit Londen naar het vasteland van Europa voer om in Dorestad van boord te gaan. Hij wilde onder de heidense Friezen missioneren en een kerkelijke organisatie opbouwen. Zijn komst zou grote gevolgen hebben voor de ontwikkeling van zowel Dorestad als Utrecht en daarmee voor de vroege geschiedenis van ons land.

Het was de eerste reis overzee van de Angelsaksische monnik Wynfreth die twee jaar later van de paus zijn nieuwe naam Bonifatius zou krijgen. Hij wilde in onze streken de mogelijkheden onderzoeken voor de verkondiging van het evangelie, maar kwam erachter dat de heidense Friezen net het gebied waren binnengedrongen dat tot voor kort nog onder het gezag van de christelijke Franken stond. De Friezen hadden hun cultusplaatsen hersteld en waren weer begonnen met het aanbidden van afgodsbeelden. Bonifatius had een onderhoud met de Friese koning Radbod en kreeg permissie om door diens territorium rond te trekken. Wij laten zijn biograaf aan het woord:

Vergezeld door twee of drie broeders op wie hij fysiek, maar ook geestelijk kon leunen, ging hij op weg. En na een reis door uitgebreide landstreken kwam hij in het montere gezelschap van zijn broeders in een plaats waar een handelsmarkt was. De Angelsaksen noemen deze plaats Lundenwich [Londen], zelfs tegenwoordig nog. Na enkele dagen, toen er zeelui aanstalten maakten om naar huis terug te keren, vroeg Bonifatius toestemming aan een schipper om aan boord te gaan, en na zijn overtocht betaald te hebben koerste hij met een gunstige wind naar Dorestad, waar hij een tijdje vertoefde en God de Heer dag en nacht dankte.
Maar een hevige strijd die vanwege een vijandige inval van de heidenen tussen Karel
[Martel], de prins en nobele leider van de Franken, en Radbod, de koning van de Friezen, was uitgebroken, veroorzaakte grote onrust onder de bevolking van beide kanten. Door de vervolging van Radbod waren de geestelijken uiteengejaagd en het grootste deel van de christelijke kerken die eerder onder Frankisch toezicht stonden, verwoest en te gronde gericht. Bovendien werden heidense cultusplaatsen opnieuw ingericht en, wat erger is, de aanbidding van afgoden hervat. Toen de man Gods de goddeloze ontaarding van Radbod had gezien, ging hij naar Utrecht en, na enkele dagen te hebben gewacht, sprak hij met de koning die daar ook naar toe was gegaan. En nadat hij door het land was getrokken en veel delen ervan had onderzocht naar de mogelijkheid om er in de toekomst het evangelie te prediken, besloot hij dat als hij op enig moment een mogelijkheid zag om het volk te benaderen, hij hen met het woord van God zou dienen.
Uit: Willibald, Het leven van Bonifatius, vertaald naar Levison, W. (ed.), 'Vita Bonifatii auctore Willibaldo', Vitae Sancti Bonifatii Archiepiscopi Moguntini (Hannover/Leipzig 1905), 1-58, speciaal 16-17.

De Friese missie
Ruim twintig jaar eerder had Willibrord de burcht Traiectum (Utrecht) als basis voor missionering onder de Friezen toegewezen gekregen. Hij kon echter weinig aanvangen met de hem vijandige Friezen zonder de fysieke steun van de Frankische machthebbers. Daarom had Willibrord zijn werkgebied naar het volledig door de Franken beheerste zuiden verlegd.
Ook Bonifatius zag in dat de tijd voor missieactiviteiten onder de Friezen nog niet rijp was en keerde nog datzelfde jaar naar Engeland terug. Drie jaar later hoorde hij dat koning Radbod gestorven was en de Franken het Nederlandse rivierengebied weer onder controle hadden. Opnieuw voer hij naar onze streken, waar hij in het missiegebied van Willibrord het evangelie predikte.
Bonifatius stichtte kerken in Woerden, Attingahem (vermoedelijk Breukelen) en Velsen, maar niet in Dorestad. Dat geeft te denken, want Dorestad was hét commerciële knooppunt in Noordwest-Europa en bovendien verreweg de grootste plaats in onze streken. De handelsplaats met zijn deels heidense bevolking lijkt dan ook het meest voor de hand liggende uitgangspunt voor de verkondiging van het evangelie. Toch gebeurde dat niet. Bonifatius zocht eerder naar mogelijkheden voor de opbouw van een kerkelijke organisatie dan voor de verkondiging van de christelijke boodschap. Hij moet echter hebben vastgesteld dat de invloed van de Frankische elite in Dorestad al te groot was om er nog een positie voor de Utrechtse kerk van betekenis op te kunnen bouwen. Speciaal de Keulse bisschop zal er rechten hebben doen gelden. Bovendien was Utrecht al aan het einde van de zevende eeuw als missiebasis gekozen, nog voordat Dorestad zich volledig als een belangrijk handelscentrum had ontplooid. Daarom werkte Bonifatius vanuit Utrecht, ook al had die plaats na de Frankische verovering op de Friezen haar strategische betekenis verloren en stelde het als nederzetting nog maar weinig voor.
De hervormingsplannen van de ambitieuze Bonifatius botsten met het missiebeleid van de meer bedachtzaam opererende Willibrord die weinig ondernam om de Friese kerkprovincie te organiseren. Er werden geen bisdommen gesticht of synodes gehouden en dat moet Bonifatius niet hebben aangestaan. De controverse werd op de spits gedreven toen hij voor de eer bedankte om als koorbisschop onder Willibrords gezag te functioneren. Als vurig pleitbezorger van de rooms-katholieke leer en het canonieke recht uit Rome had hij weinig op met de Keltische monastieke traditie van Willibrord. Bonifatius verliet de Friese missie om een glanzende kerkelijke carrière tegemoet te gaan.

Ups en downs van een kerkhervormer
Door de toenemende macht van de Karolingische heersers die de Frankische troon overnamen, wist Bonifatius een hoge positie te verwerven. Hij werd zeer invloedrijk en begaf zich in de hoogste kringen, zowel aan het Frankische hof als bij de Romeinse curie. Tijdens het bewind van de Frankische hofmeier Karel Martel werd hij als aartsbisschop aangesteld. In samenwerking met diens zoon Pippijn de Korte voerde Bonifatius als pauselijk legaat ingrijpende kerkhervormingen door die tot een grotere greep van Rome op de Frankische rijkskerk leidden. Daarmee werd de macht van abten en bisschoppen op allerlei manieren ingeperkt, hetgeen kwaad bloed bij hen zette.
Bovendien streek Bonifatius met zijn rechtlijnige hervormingen en strikte interpretatie van het canonieke recht nogal wat invloedrijke personen tegen de haren in. Volgens hem werd het geloof bezoedeld en werden inhalige leken en ontuchtige, verdorven geestelijken met schenkingen beloond. Met zijn onverzoenlijke opstelling is het wel te begrijpen dat velen zich tegen hem keerden. Als buitenstaander had hij zich in hun ogen op ontoelaatbare wijze in hun kringen gemengd. Daarbij was één van zijn belangrijkste tegenstanders de bisschop van Keulen, naar wiens zetel Bonifatius tevergeefs heeft gedongen.

Eigenhandige aantekening van Bonifatius in de marge van een commentaar van Primasius op de Openbaring van Johannes

Koning Pippijn de Korte zag zich genoodzaakt de al te ambitieus opererende Bonifatius buiten het centrum van de macht te plaatsen. Hij werd op een zijspoor gerangeerd en keerde terug naar het missiegebied van de inmiddels overleden Willibrord om er orde op zaken te stellen. Dat was in de ogen van Bonifatius hard nodig. Utrecht mag dan formeel een bisschopszetel geweest zijn, in de praktijk was daar weinig van te merken. Willibrord had bij voorkeur vanuit zijn abdij in Echternach geopereerd. Na zijn dood bleef de Utrechtse zetel vacant. Van een Friese kerkprovincie was eigenlijk geen sprake meer.
Bonifatius nam het Utrechtse missieklooster onder zijn hoede. Hij wilde een bisdom inrichten met Utrecht als zetel, maar vond de bisschop van Keulen op zijn weg. Die kon zich op oude rechten beroepen en stelde terecht dat Utrecht tot het diocees Keulen behoorde. Bonifatius ging meteen in de aanval en schreef een brief aan de paus waarin hij protesteerde tegen aanspraken van de Keulse kerk op de Friese erfenis van Willibrord. Hoewel Bonifatius bij de Frankische heersers hoog stond aangeschreven, kreeg hij toch onvoldoende steun om zijn voornemen door te drukken. Na zijn dood in 754 werd het Utrechtse missieklooster onder gezag van Keulen gesteld.
Toch zou de energieke steun die Bonifatius de Utrechtse kerk had geboden zijn vruchten afwerpen. Op zijn voordracht hadden de Frankische vorsten het missiecentrum met goederen en privileges begunstigd. Het bezorgde Utrecht een machtsbasis die de aanspraken van de Keulse bisschop met succes kon weerstaan. De Utrechtse kerk kwam los van Keulen en zou zich vanaf de tiende eeuw ontwikkelen tot het belangrijkste kerkelijke centrum van de noordelijke Nederlanden.

Zonder Bonifatius zou ...
Zonder de tussenkomst van Bonifatius zou de Keulse bisschop waarschijnlijk in zijn opzet geslaagd zijn. Dan had het Utrechtse missiecentrum onder Keulen geressorteerd en zou het zich hooguit tot de zetel van een suffragaanbisdom onder Keulen hebben kunnen ontwikkelen. Als kerkelijk centrum zou Utrecht dan veel bescheidener zijn geweest en minder aantrekkelijk als vestigingsplaats voor geestelijken en hun dienstverleners die in de burgerlijke nederzetting naast de kerkelijke sterkte neerstreken.
Voorts zouden de uitgebreide Utrechtse bezittingen in Dorestad in Keulse handen zijn gekomen. Daarmee zou de handelsplaats een veel solidere basis hebben gehad om de politieke veranderingen aan het einde van de Karolingische tijd te overleven.
De tegenstelling tussen Utrecht en Dorestad heeft voor de ontwikkeling van beide plaatsen lange tijd een belangrijke rol gespeeld. De scheiding van functies was door het snel groeiende belang van Dorestad - achteraf gezien - een ongelukkige keuze. Door de opkomst van Utrecht als kerkelijk centrum heeft Dorestad nooit een belangrijke religieuze betekenis gehad. Er zijn dan ook vrijwel geen objecten gevonden die in een christelijke context geplaatst kunnen worden.
Zou, zou, zou … Het blijft natuurlijk koffiedik kijken. Toch is het niet ondenkbaar dat zonder Bonifatius Dorestad zich in latere tijden tot een grote stad zou hebben ontwikkeld, terwijl Utrecht slechts als een dorp zou hebben gesluimerd.
(Luit van der Tuuk - juli 2015)


 

 

 

 

 


Bonifatius als kerkbouwer
 

 

 

 

 


Bonifatius als martelaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


De aartsbisschoppelijke
zetel in Mainz

 

 

 

 

 

 

 

 


Bonifatius met mijter en zwaard, een anachronistische voorstelling uit de 17e eeuw


Bonifatius en Johann Sebastian Bach in
dezelfde kerk in Ohrdruf, waar de rooms-katholieke
en de evangelisch-lutherse wereld elkaar ontmoeten.

  Boniface-Dorestad Committee founded
On 2nd July the committee Boniface-Dorestad-1300 years has been founded in Wijk bij Duurstede (NL). Next year it will have been 1300 years since the English monk Boniface (born Wynfreth) made his first journey to the continent of Europe in 716 and then came to Dorestad (= Wijk bij Duurstede). He was to have a strong influence upon the development of Dorestad, Utrecht and even of western Europe as a whole. This is a good reason to commemorate this journey next year.
The Boniface-Dorestad committee would like to invite everyone to join in thinking about and working at the implementation of the jubilee year 2016 Boniface-Dorestad. Many people know that Boniface was murdered in 754 near Dokkum (NL). Few know which important activities have been performed by him between 716 and 754 both in The Netherlands and in Germany. It appears for instance that Boniface is more a part of Dorestad-Utrecht than of Dokkum.
In Boniface´s days Dorestad was the largest trading-town of north-western Europe. Utrecht was only a small town and in certain sources is considered to be a part of Dorestad. Boniface´s work has a great political and spiritual impact, not only for the 8th century but also for our 21st century. The committee is busy founding a monument, publishing a book, setting up an exhibition and holding a memorial service.
Members of the committee are (in alphabetical order) rev. Piet de Jong; tourist-guide Hans Liefhebber; Kees Slijkerman, liaison´s officer for catechesis of the Roman Catholic parish; county council member Gerrit Taute; and Luit van der Tuuk, curator of Museum Dorestad. The advisory committee consists of Ton Gelok, archivist of the Grote Kerk (Main Church) and social geographer Ad van Bemmel, member of the historical association Tussen Rijn en Lek (= Between Rhine and Lek).

  Bonifazius-Dorestadkomitee gegründet
Am 2. Juli ist in Wijk bij Duurstede (Niederlande) das Komitee Bonifazius-Dorestad-1300 Jahre gegründet worden. Nächstes Jahr ist es 1300 Jahre her daß der englische Mönch Bonifazius in 716 seine erste Reise zum europäischen Kontinent machte und dann nach Dorestad (= Wijk bij Duurstede) kam. Er würde großen Einfluß ausüben auf die Entwicklung von Dorestad, Utrecht und sogar von ganz West-Europa. Aller Grund also diese Reise nächstes Jahr zu gedenken.
Das Bonifazius-Dorestadkomitee lädt jeden ein mit zu denken über und mit zu arbeiten an die Ausfüllung der Bonifazius-Dorestad-1300Jahrfeier 2016. Viele wissen daß Bonifazius im Jahre 754 ermordet worden ist bei Dokkum. Wenige wissen welche große Rolle Bonifazius zwischen den Jahren 716 und 754 in den Niederlanden und in Deutschland gespielt hat. Dann zeigt es sich zum Beispiel daß Bonifazius viel mehr zu Dorestad-Utrecht als zu Dokkum gehört.
In Bonifazius' Zeiten war Dorestad das größte Handelszentrum Nord-West Europas. Utrecht war nur noch klein und wird in manchen Quellen betrachtet als ein Teil von Dorestad. Die Arbeit von Bonifazius hat große politische und sprituelle Bedeutung, nicht nur für das achte Jahrhundert, sondern auch für unser 21. Jahrhundert. Das Komitee arbeitet an der Gründung eines Denkmals, dem Herausgeben eines Buches, der Einrichtung einer Ausstellung und dem Zusammenrufen einer Gedenkfeier.
Mitglieder des Komitees sind (in alphabetischer Reihenfolge): Pastor Piet de Jong; Fremdenverkehrsamtführer Hans Liefhebber, Kees Slijkerman, Kontaktperson für Katechese der katholischen Pfarrgemeinde; Mitglied der Gemeinderat Gerrit Taute und Luit van der Tuuk, Konservator des Museums in Dorestad. Berater sind Ton Gelock, Archivar der Großen Kirche und Sozial-Geograph Ad van Bemmel, Mitglied des historischen Kreises Tussen Rijn en Lek (zwischen Rhein und Lek).

Begin van de pagina

Startpagina