![]() |

|
|
|
In de ondiepe getijdenwateren in het kustgebied waren platboomde Friese waddenvaartuigen heel doelmatig, maar op de rivieren voeren vooral dieper stekende protohulken met een ronde bodem die de haven van Dorestad aandeden. Er voeren in onze contreien vier typen schepen: platboomde rivierschepen, protohulken, kielschepen en koggen.
Platboomde rivierschepen
|
|
![]() |
in de haven van Dorestad (tekening Arne Zuidhoek) |
Protohulken ![]()
|
(tekening Arne Zuidhoek)
|
![]() |
Kielschepen
Koggen |
|
wordt beladen (tekening Arne Zuidhoek) |
![]() |
Deze platboomde vaartuigen met hun vlakke bodems en lage dolboorden konden kreken opvaren en bij eb op de bodem zakken om te laden en te lossen. Ze werden uitgerust met een enkel, dwarsgetuigd zeil en een aan stuurboord geplaatste stuurriem. Met deze schepen konden handelslieden naar Denemarken varen, veilig bereikbaar door de ondiepe lagunes van het waddengebied. Daar ontwikkelde het Friese waddenschip zich onder Scandinavische invloed tot de latere kogge die in de Hanzeperiode een populair vrachtschip in Noordwest-Europa zou worden.
|
|
![]() | ![]() |
|
|