Dorestad

onthuld
Noormannen in Dorestad: distels en doornen

Startpagina

Noormannen in Dorestad:
de eerste aanvallen

Noormannen in Dorestad:
de tweede reeks aanvallen

Noormannen in Dorestad:
de Deense heerschappij

Noormannen in Dorestad:
Verdeling van Meerssen


'Door de (Noormannen-) aanvallen werd het gebied zozeer ontvolkt, dat het land grotendeels onbebouwd bleef liggen en slechts distels en doornen voortbracht' schreef Van Bolhuis in 1834 in navolging van de destijds heersende Noormannen-folklore. In 1860 vroeg De Geer van Oudegein zich af hoe het toch mogelijk was dat Dorestad keer op keer geplunderd werd. En hoe kon het dat, zodra deze ongelukkige plaats was verbrand, 'zij door wat tooverslag toen weder zoo spoedig uit hare asch verrees, om reeds in het volgende jaar andermaal geheel of gedeeltelijk verwoest te kunnen worden?'

Dat was een terechte vraag. Het algemene beeld uit de negentiende eeuw is sindsdien nauwelijks bijgesteld, met dien verstande dat na opgravingen tevens de theorie van de verzandende rivier in de mode kwam. Is Dorestad ten onder gegaan aan een zich verplaatsende rivier en/of plunderende vikingen? Natuurlijk niet. Het beperkte aantal aanvallen op de handelsplaats kon worden gerekend tot slechts één van de vele ongemakken waarmee de kooplieden te maken hadden. Er werden dan ook geen pogingen ondernomen om Dorestad te verdedigen, terwijl de kustverdediging wel ter hand genomen werd. Het probleem van de meanderende rivier konden de inventieve handelslieden nog wel het hoofd bieden, al was het maar door hun negotie naar de volgende bocht van de rivier te verplaatsen. Erg honkvast waren ze toch al niet. Maar tegen afnemende koninklijke steun konden zij zich niet wapenen.

Handelsbetrekkingen
De eerste Noormannen die Dorestad bezochten, waren kooplieden. Zij hielden zich voornamelijk bezig met de doorverkoop van uit hun eigen achterland afkomstige producten aan andere kooplieden. Zij onderhielden uitgebreide handelsbetrekkingen met hun Friese collega's. Rimbert bracht in de negende eeuw in zijn levensbeschrijving van de missionaris Anskar herhaaldelijk de betrekkingen van Friese kooplieden met de Scandinavische handelsplaatsen Hedeby (Haithabu) en Birka naar voren. Volgens hem waren veel inwoners van deze noordelijke plaatsen in Dorestad gedoopt. Geldstukken die in Hedeby werden aangemunt, zijn imitaties van soortgelijke munten uit Dorestad.

West-Frankische havenplaatsen zoals Quentovic en Brugge bloeiden op in de tweede helft van de negende eeuw, juist in een periode waarin vikingplunderingen op de Europese kusten een hoogtepunt bereikten. Blijkbaar hebben deze plaatsen niet al te veel onder de gewelddadigheden van de rondtrekkende bendes geleden. Ook van de aanvallen op Dorestad moeten we ons over het algemeen niet te overdreven voorstellingen maken. In de drie decennia waarin Dorestad met plunderingen te maken had, werd de plaats welgeteld negen maal overrompeld en acht maal geplunderd, waarvan er vier ook nog eens in de eerste jaren van dit tijdvak vielen. Tijdens een aanval in 850 werd de plaats niet geplunderd maar door de Noormannen bezet. Daarna kwamen overvallen op Dorestad nog maar sporadisch voor.
Ironisch genoeg profiteerde Dorestad in zekere zin van de plunderingen in het Frankische Rijk en daarbuiten. Want veel geroofde rijkdommen die in het noorden terechtkwamen, vloeiden via de handel weer terug.

bronzen greep van een sleutel
met een fabeldier
Begin van de pagina

Startpagina