![]() |

|
|
|
In de vroege middeleeuwen werd de kuststrook in het westen door een uitgestrekt veengebied van de zandgronden in het oosten gescheiden. Dit hoogveen was een vrijwel ondoordringbare en onbewoonbare wildernis en vormde zo een natuurlijke barrière, die op sommige plaatsen doorbroken werd door rivieren die de verbinding tussen de kust en het achterland vormden. Juist op de splitsing van de Rijn en de Lek waren de mogelijkheden om de kust te bereiken optimaal.
Oeverwallen |
|
![]() |
De Lek Het gedeelte van de Lek bij Wijk bij Duurstede moet al rond het begin van de jaartelling ontstaan zijn, maar een forse toename van het debiet kwam pas enige eeuwen later op gang. Aan het begin van de achtste eeuw voer Bonifatius vanuit Engeland eerst naar Dorestad en vervolgens naar Utrecht. Hij moet via de blijkbaar bevaarbare Lek gekomen zijn. Als er later in die eeuw in een oorkonde sprake is van het oeverrecht op de Lek dan kon deze rivier - hier voor het eerst bij naam genoemd - toen op zijn minst door handelsschepen bevaren worden. Via de Zoel, een niet meer bestaande waterweg tussen Zoelen en Zoelmond, stond Dorestad in verbinding met de Linge, die bij Tiel van de Waal aftakte. |
|
![]() | ![]() |