Dorestad

onthuld
Franken en Friezen

Startpagina

overzicht van de
politieke context

glazen kralen

Radbod
Het belang van de Rijndelta nam aan het begin van de zevende eeuw toe met de opkomst van het oostelijke deel van het Frankische Rijk. Want in onze rivierenstreek grensde de handelssfeer van het Frankische kernland aan die van het Noordzeegebied. Het is dan ook begrijpelijk dat de Frankische machthebbers Dorestad als knooppunt in de Rijndelta wilden beheersen. Ze concentreerden zich op deze havenplaats die naar hun smaak te veel onder Friese invloed was geraakt. Dorestad viel dan ook al snel in Frankische handen. Dat kunnen we bijvoorbeeld afleiden uit de muntslag van uit het Maasgebied afkomstige Frankische muntmeesters, zoals Madelinus. Zij sloegen gouden munten met het opschrift DORESTAT die overal in Europa zijn teruggevonden.
In deze vroege fase speelde de machtspolitiek van invloedrijke personen uit het oostelijke deel van het Frankische Rijk, zoals de Keulse bisschop Kunibert, een belangrijke rol bij de frankisering van Dorestad.

Toen halverwege de zevende eeuw het Frankische Rijk door interne machtsstrijd verzwakte, namen de Friezen hun kans waar en wisten Dorestad in handen te krijgen. De Frankische muntslag stopte, maar van een inkrimping van commerciële activiteiten was geen sprake. De handel bleef ondanks oorlogshandelingen en machtswisselingen als vanouds floreren. In 687 keerden de kansen toen de krachtige Frankische hofmeier Pippijn van Herstal de feitelijke macht over het gehele Frankische Rijk aan zich trok. Meteen richtte hij zijn aandacht op Dorestad, waar hij de Friese 'koning' Radbod versloeg. De Franken kregen het handelscentrum opnieuw in handen.

sleutel


Bonifatius
Na de dood van Pippijn in 714 raakte het Frankische Rijk zo verdeeld dat de Friezen kans zagen het hele rivierengebied, inclusief Dorestad, te heroveren. Kort daarop, in de zomer van 716, voer de Angelsaksische geestelijke Bonifatius met een vrachtvaarder naar het door de Friezen bezette Dorestad, waar hij enige dagen verbleef voordat hij verder reisde. Hij kon met eigen ogen vaststellen dat het hele rivierengebied stevig in Friese handen was. Maar het jaar daarop kon Pippijns zoon Karel Martel aan het hoofd van de Frankische adel orde op zaken stellen. Een van zijn eerste wapenfeiten was, in navolging van zijn vader, de verdrijving van de Friezen - en nu voorgoed - uit Dorestad en het rivierengebied. Die Friezen, dat waren de Friese machthebbers en niet de Friese kooplieden en vrachtvaarders uit het veroverde gebied. Want ondanks de met vlagen oplaaiende strijd en de wisselende overheersing van Dorestad ging de handel onverminderd voort. 'De kerken van Christus zijn nu grotendeels verwoest en vernietigd', stelde de biograaf van Bonifatius verbitterd vast. Maar Dorestad leek niet geleden te hebben. De handel bleef ondanks alle oorlogshandelingen doorfunctioneren, het bleef business as usual. Sterker nog, in het laatste kwart van de zevende eeuw vond een eerste aanzet tot de bouw van de noordelijke handelswijk in de Benedenstad plaats. Er werd een begin met de aanleg van de kadewerken gemaakt, alsof er geen sprake was van enig oorlogsgeweld.

gouden
pseudo-Madelinus
Begin van de pagina

Startpagina